ONDERSTEUNING EN RAADGEVINGEN AAN (TOEKOMSTIGE) EZELEIGENAARS :

 

Veelgestelde vragen

 

Sarcoïden      
 

 

Sarcoïden zijn goedaardige huidtumoren (en dus geen kwaadaardige kankergezwellen) die voorkomen bij paardachtigen. Ezels hebben er vaker last van dan paarden. Vooral jonge individuen (jonger dan 10 jaar) worden erdoor getroffen. De gezwellen kunnen verschillende vormen aannemen: wratachtig, glad, bloederig… Het dier kan op één enkele plek of op verschillende plaatsen tegelijk aangetast zijn, door één type sarcoïd of door verschillende typen tegelijk. Sarcoïden zouden niet pijnlijk zijn, maar soms kunnen ze, door hun ligging of hun omvang, het dier of de manipulatie van het dier hinderen (omdoen van een halster…) Bovendien vertoont een sarcoïd de neiging om te groeien. Er moet dus snel ingegrepen worden.  Men heeft nog niet echt een duidelijke verklaring voor het verschijnen van de tumoren. Wel weet men dat de oorzaak een virus is dat verwant is met het wrattenvirus van runderen (papilloom) en dat waarschijnlijk overgebracht wordt door stekende insecten. De meeste aangetaste dieren vind je trouwens in ‘koeiengebieden’ (België, Noord-Frankrijk). De pathologie is veel zeldzamer in het zuiden van Frankrijk. Volgens lopend onderzoek, hebben sommige dieren een genetische aanleg voor het ontwikkelen van dit type tumoren. Om die reden zie je soms één dier met sarcoïden in een gezonde kudde paarden of ezels. Sommige onderzoeken wijzen uit dat jonge dieren waarvan een of beide ouders een sarcoïd heeft of gehad heeft, vatbaarder zijn voor de aandoening.  Het is dus raadzaam ervoor te zorgen dat dieren die aangetast zijn of geweest zijn zich niet meer voortplanten.

Jammer genoeg is geen enkele behandeling voor 100% doeltreffend. Het gebeurt vaak dat sarcoïden terugkomen.
Er bestaan verschillende behandelingen: chirurgisch verwijderen, bevriezen, laser… De behandeling wordt gekozen naar gelang van de plaats en van de omvang van de sarcoïd. Er bestaat nu een zalf die in de Verenigde Staten gemaakt wordt en die goede resultaten geeft. Het dier hoeft niet opgenomen te worden in een kliniek.  De zalf heeft als voordeel dat het immuunsysteem gestimuleerd wordt om te reageren. Toch is een terugkeer van de sarcoïd altijd mogelijk.

 

 
Vermifuge  
 

Hoeven:  uitkrabben, bekappen, mierennesten……..

Hoeven:  uitkrabben, bekappen, mierennesten…

   
   
   
 

Interessant filmpje ( Engelstalig) over de hoefverzorging : vidéo


   
   
   
Mierennesten  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een mierennest of losse wand is een vaak voorkomende aandoening die zelfs kan terugkomen bij ezels ‘met vrije stalling’, dwz ezels die ’s nachts niet binnen gezet en opgesloten worden zodat ze op een droge ondergrond staan. Het gaat om een bacterie die zowat overal zit en die de hoef aantast ter hoogte van de witte lijn. Dat gaat des te gemakkelijker als de hoef week is door het vocht en dus verzwakt is.  De naam komt van de aanwezigheid van een ‘wit poeder’ dat weggaat als je de hoef schoonmaakt. Er ontstaat een holte, alleen al als je de hoef met een hoefkrabber schoonmaakt. Als de hoef gezond is, is hij overal even hard. Alleen zo kun je het merken, want de aangetaste ezel loopt niet kreupel.  Als hij ten slotte kreupel loopt,  is het mierennest al erg diep. De hoefsmid moet het aangetaste gedeelte verwijderen. Als het erg belangrijk is, moet hij een deel van de wand weghalen zodat er lucht naar binnen kan. De bacterie is immers anaeroob (ze kan leven en zich ontwikkelen in een milieu zonder zuurstof). Om ze te doden moet ze blootgesteld worden aan de lucht. (zie ook foto’s van opengemaakte hoeven).

Omdat ezels afkomstig zijn uit warme halfwoestijnlanden, zijn ze er erg gevoelig voor. Hun hoeven worden zeer snel verzwakt door ons vochtige klimaat. Een systeem dat zijn nut bewezen heeft, is de ezels het hele jaar door ’s nachts op stal zetten op droog stro zodat de hoeven wel moeten drogen. Het systeem is doeltreffend, maar betekent meer werk voor de ezelhouder (dagelijks onderhoud van de box). Welja, de ezel is een dier dat veel verzorging nodig heeft, ook al wordt er vaak verkeerdelijk beweerd van niet.

 

 

 

Bij de aankomst in het opvangcentrum:

 

eind april

 

 

voorbenen

achterbenen

Eerste bekapping:       

   
   
 
     

 

 

Eind augustus:

 

 

voorbenen

achterbenen

     

Eind september:

planten giftig voor de paardachtigen  

 

 

Het is geweten dat vele struiken en planten giftig zijn voor de paardachtigen. Iedereen weet dat taxus een giftige zelfs dodelijke plant is. Er zijn nog andere planten die even giftig zijn.

l'if

   
planten giftig voor de paardachtigens

 


Sinds een paar jaar horen wij veel praten over het Jacobskruiskruid. Het is in tegenstelling tot vroeger nu alom tegenwoordig, zowel in weilanden als op de wegbermen.

De “L’herbier de St Georges” beschrijft haar als volgt:

“Het is een plant van 8O à 100 cm hoog met een rechte roodachtige en gestriemde stengel, de bladeren staan geschranst en zijn week.
De inname van 15 à 25 kg kruiskruid veroorzaakt een acute vergiftiging, de dagelijkse inname van 100gr gedurende 2 maanden veroorzaakt een chronische intoxicatie. Het dier heeft een wankele gang, en hij vertoont tekenen van ongerustheid. De ademhaling en de hartslag zijn versneld, hij heeft koorts. De lever is ernstig aangetast “

 

.

 


De plant draagt wel mooie bloemen,  maar zij is wel zeer toxisch!
De intoxicatie kan  ontstaan door het eten van de groene plant  maar zij wordt meestal veroorzaakt door het eten van hooi waarin het gedroogde kruid vermengd is, want ook gedroogd blijft zij giftig.
De meeste publicaties stellen dat de veroorzaakte schade onomkeerbaar is en steeds ernstiger wordt en er uiteindelijk levercirrose optreedt
 Om het woekeren van de plant tegen te gaan wordt er aangeraden deze met wortel en al uit de wei of de bermen te verwijderen (laat geen wortels achter) want eens in de bloem en zaad gaat de invasie verder. Ook jullie kunnen er iets aan doen. Wij danken jullie hiervoor in naam van onze langoren en de vele andere dieren.


 

Voeding

Voeding: weide, hooi, wortelen…?

 

 

In het kader van de hulp die wij bieden aan ezeleigenaars en toekomstige eigenaars, zowel tijdens de opendeurdagen als via de telefoon, krijgen wij veel vragen over de voeding en over de problemen die met de voeding in verband staan, zoals hoefbevangenheid en obesitas. Deze aandoeningen hebben ook een weerslag op het gedrag van de ezels.
Een veel gestelde vraag: “Hoe groot moet een weiland zijn voor een ezel?” Ik begin steeds met erop te wijzen dat er moet gerekend worden voor twee ezels, daar één ezel op een weiland zich niet lekker voelt. Verder vertel ik dat het onmogelijk is een eenduidig antwoord te geven. De ezel is een dier waarvan de voeding zeer nauwlettend moet gevolgd worden daar onze weilanden meestal te voedselrijk zijn terwijl het dier uit woestijnachtige gebieden komt waar het kilometers moet afleggen om wat voedselarm eten te vinden. Vele ezels vertonen de neiging om snel te verdikken. Voorzichtigheid is dus de boodschap.
Bovendien zijn er in België verschillende regio’s met een andere bodemsamenstelling zodat de weilanden een andere voedingswaarde hebben, als voorbeeld kan men de weilanden van de Kempen niet gelijkstellen met deze van de Polders.
Het Belgische klimaat is ook zeer wisselend van jaar tot jaar, wij hebben natte warme zomers en soms uitermate droge met als gevolg een weelderige grasgroei of een verschroeid weiland. Andere factoren die een rol spelen zijn de grootte van de ezel, zijn leeftijd en zijn aard, want zoals bij de mensen zijn er ezels die bij eenzelfde voedinginname verdikken terwijl er andere hun gewicht behouden. Eenvoudig is het dus niet!
Sommige mensen denken dat zij een ezel kunnen “parkeren” achteraan in de tuin. Dit is geen goede optie. Een ezel heeft een minimum aan bewegingsruimte nodig en een klein lapje gras verandert al snel in een modderpoel bij overvloedige regen vooral in de winter. Al geeft men hooi als bijvoeding, toch is het niet goed want een natte grond is nadelig voor de ezelhoefjes.
In sommige boeken staat dat men 1 ha. weiland per ezel moet hebben! Meestal zijn de auteurs mensen uit Zuid-Frankrijk waar de weilanden niet te vergelijken zijn met deze van onze streken. Indien je in België een ezel op 1 ha weiland zet staat de sukkelaar binnen de kortste tijd hoefbevangen en moddervet.
Wij kunnen besluiten dat ieder geval apart moet beoordeeld worden en de ezeleigenaar het weiland moet beheren zodat de ezel voldoende eten heeft maar niet teveel. Een groot weiland kan in percelen verdeeld worden bij middel van een verplaatsbare elektrische afsluiting en een teveel aan gras kan ook gemaaid worden. Soms zal de ezel een supplement hooi moeten krijgen, maar het is niet goed dat hij steeds hooi ter beschikking heeft.
Zich een ezel aanschaffen louter en alleen om een weiland te begrazen en als grasmaaier dienst te doen doet mij uit mijn vel springen! De ezel heeft een specifieke verzorging nodig en als machine is hij hoegenaamd niet geschikt. Men schaft zich een ezel aan, en liefst twee exemplaren, omdat men van deze dieren houdt en samen met hen een aangename tijd wil doorbrengen.
In onze streken hebben ezels vaak een tekort aan vitaminen en mineralen, Om dit te voorkomen is het nuttig deze regelmatig toe te dienen om hen in goede gezondheid te houden.
Vragen die vaak terugkomen gaan over het geven van worteltjes, appels en brood.
Een wortel en een stuk appel per dag vormen geen probleem, zij zijn te beschouwen als snoepjes. Brood daarentegen is een foutieve voeding ook als het gedroogd is. Het is niet geschikt omdat het kan gisten in de darm en de ezel doet verdikken. Het langdurig geven van brood kan huidproblemen veroorzaken.

Opmerking: het geven van een worteltje of een stukje appel gebeurt best niet uit de hand, men legt het beter in een kom of op de grond. Deze handelwijze voorkomt problemen. De handen moeten dienen om te knuffelen en niet om eten te geven, Knuffels geven hen een goed gevoel en de ezel vindt het zo best.


                                                                                                          Muriel

 

Atypische myopathie  
 

 

Atypische myopathie
Het is een zeer ernstige aandoening die binnen de 72 uren fataal afloopt. De ziekte is gekend sedert 1984 maar in België komen de eerste gevallen voor in de herfst 2000.De aandoening is nu verspreid in meerdere landen. De aandoening uit zich door een algemene degeneratie van verscheidene spiergroepen, o.a.van de longen  en het hart.
Er werd een toxine gevonden die verantwoordelijk is voor de aandoening en aanwezig is in de zaden van een esdoorn. De huidige onderzoeken sluiten niet uit dat er nog andere factoren een rol spelen. De studie is nog steeds lopende en er zijn nog veel vragen onopgelost.
Momenteel is het belangrijk om de paarden en ezels niet in weilanden te laten lopen in de buurt van esdoornbomen.
Ook het opvangcentrum heeft een probleem daar er esdoornbomen staan langs de weg die langs het weiland loopt. Op dit weiland worden geen ezels meer gezet zolang men niet weet welke esdoornbomen het zijn en of hun zaden toxisch zijn. Indien het nodig is zal het opvangcentrum bij het gemeentebestuur een aanvraag indienen om het probleem op te lossen.
Voor meer informatie:  www.myopathieatypique.fr/en/
De dierenartsen faculteit van de universiteit van Luik vraagt geldelijke steun om hun onderzoeken te kunnen voortzetten.